Automobilisten, let op: Nederland gaat de komende jaren fors meer flitsen. Het Openbaar Ministerie breidt het aantal handhaaflocaties uit van zo’n 650 naar minstens 1.450 – meer dan een verdubbeling. Maar terwijl autorijders steeds nerveuzer over hun teller turen, is er een groep weggebruikers die opvallend relaxed kan blijven: motorrijders. Er zit namelijk een maas in de wet die het Openbaar Ministerie zelf gewoon toegeeft.

Nederland gaat fors meer flitsen

Uit recent onderzoek blijkt dat Nederland qua automatische verkeershandhaving eigenlijk nog een beetje achterloopt binnen Europa: met 912 vaste flitspunten bungelt ons land onderaan een rijtje met landen als Italie (bijna 11.000 punten), het Verenigd Koninkrijk, Belgie en Duitsland. Om dat gat te dichten, kondigde het OM aan het aantal handhaaflocaties flink op te schroeven, met vaste flitspalen, flexflitsers, trajectcontroles en de nieuwe focusflitsers die appgebruik achter het stuur vastleggen. Voor automobilisten betekent dit simpel: meer kans om betrapt te worden.

De flexflitser: verrassend en succesvol

Een groot deel van die uitbreiding bestaat uit flexflitsers: verplaatsbare flitspalen die de politie steeds ergens anders neerzet, juist om het verrassingseffect te behouden. Vorig jaar waren deze mobiele palen samen goed voor meer dan 750.000 boetes. Een deel van deze flexflitsers kan zowel van voren als van achteren een foto maken, in tegenstelling tot de meeste vaste flitspalen die alleen de achterkant van je auto vastleggen.

De maas in de wet voor motorrijders

En hier wordt het interessant voor motorrijders. Een auto die te hard langs een flexflitser rijdt die van voren fotografeert, is altijd de sigaar: het kenteken zit immers vooraan. Maar een motorfiets heeft in Nederland geen kentekenplaat aan de voorkant. Het gevolg: als een flexflitser die vanaf de voorkant flitst een te snel rijdende motorrijder vastlegt, kan er geen kenteken worden afgelezen en volgt er dus geen boete. Het Openbaar Ministerie heeft dit zelf bevestigd: bij flitspalen die ook van voren flitsen, worden er geen foto’s gemaakt van de voorkant van motoren die te hard rijden, simpelweg omdat er niets te fotograferen valt.

Geen vrijbrief om te scheuren

Voordat er nu massaal gas wordt gegeven: dit is geen vrijbrief. Ten eerste is aan de paal zelf nooit te zien of hij een foto van voren of van achteren maakt, dus je weet het pas achteraf – of nooit. Ten tweede zijn er ook flexflitsers die aan beide kanten flitsen, en zodra zo’n paal je vanaf de achterkant vastlegt, ben je als motorrijder alsnog gewoon de klos, want daar zit wel een kenteken. Ten derde blijven vaste trajectcontroles en veel reguliere flitspalen gewoon van achteren fotograferen, ongeacht het voertuig. En met de aangekondigde uitbreiding naar 1.450 handhaaflocaties wordt de kans dat je ergens tegen een camera aanloopt sowieso alleen maar groter.

Belangrijker nog: te hard rijden blijft linksom of rechtsom gevaarlijk, voor de motorrijder zelf het allermeest. Bij een aanrijding of val heeft een motorrijder immers geen kreukelzone, airbags of gordel – snelheid is dan al snel het verschil tussen een schrikreactie en een ernstig ongeluk.

Conclusie

Terwijl Nederland de komende jaren fors meer gaat flitsen, blijft er dus een klein technisch mankement bestaan waardoor motorrijders bij bepaalde flexflitsers buiten schot blijven. Een leuk weetje voor aan de borreltafel, maar geen vrijbrief: met meer camera’s op meer plekken, en de kans dat een paal toch van achteren flitst, is en blijft je snelheid aanpassen verreweg de veiligste – en goedkoopste – keuze.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *